Mechelen, stad met een gezicht.

 

SINT ROMBOUTSTOREN
- DE ONTWERPERS
- DE BOUW VAN DE TOREN
- HET STOPZETTEN VAN DE BOUW
- HET UURWERK VAN DE TOREN
- DE RESTAURATIE
- TOREN BESTIJGEN
DE BEIAARD
DE KATHEDRAAL
FOTOGRAFIE
HOME
Zicht op de Sint-Romboutstoren door C. Frédéricque
 
 
Mechelen , stad met een gezicht.
De kraankamer. Foto door C. Netels
Loopkraan. Foto door C. Frédéricque
De nieuwe beiaard in de klokkenstoel. Foto door C. Netels
De trommel van Alexius Julliens (1733) Foto door C. Netels
Klokkengat in de asschekelder. Foto door C. Netels
 
Mechelen , stad met een gezicht.

HET BESTIJGEN VAN DE TOREN.  

Je hoeft geen torenwachter te worden om onze toren beter te leren kennen. Wie in hogere sferen wil verkeren hoeft bovendien geen topatleet te zijn: zes pauzes in evenveel zalen zorgen ervoor dat je terug op adem kan komen.

Een overzicht van de weg naar de top:


Een eerste rustpauze vind je na 160 tredes in de Kraankamer, een stille getuige van het vakmanschap der vroegere kraanbouwers. In dit vertrek van 110 vierkante meter en 12,75 meter hoog, praalt de loopkraan. Meer dan 5 meter breed en biedt plaats aan drie naast elkaar geplaatste mensen.Hierlangs werd zwaar materiaal naar boven gehesen.

Trede 233: het adres van de Smidskamer, waar alle herstellingen plaats vonden. Specialisten voerden hier herstellingswerken uit aan bijvoorbeeld de beiaard of het uurwerk. Vandaag de dag staat deze ruimte leeg.

Bij trede 313 zijn we over de helft. Hier bevindt zich de gaanderij.
Dit is het terrein waar de torenwachter zijn ronde deed. Hij waakte over de Mechelaars en in geval van bijvoorbeeld brand, klonk zijn trompet over de ingeslapen stad.

Een ander pad voert bezoekers naar de Klokkenkamer (trede 317), waar zes imposante klokken deze verdieping inpalmen. Ook hier weer dat typische Mechelse vakwerk: de klokkenstoel die Mechelaar Gedeon Stroobants in 1658 in mekaar timmerde, doet nog steeds dienst. In al die eeuwen had deze stoel bijna geen herstelling nodig.

Trap nummer 413, misschien wel het hart van de toren: de nieuwe Beiaardkamer. Van hieruit bespeeld de beiaard de klokken van de twee beiaarden. Hun totale gewicht: maar liefst 80.000 kilogram.

De volgende halte bestaat uit een korte stop in de Uurwerkkamer.
De trommel van Alexius Julliens (1733) dateert reeds uit de 18de eeuw.

Een paar stappen verder. Het poortje aan trede 423 herinnert aan de tol die hier vroeger betaald moest worden. Bezoekers moesten een kleine geldsom ophoesten om hun weg naar boven verder te mogen zetten.

Een kelder op 490 tredes hoog: je vindt het op onze toren in de vorm van de Askelder. Dit moest de werf worden van waarop men de spits op te toren ging bouwen. Mortel noemde men vroeger "assche". Daarin ligt dus de etymologische verklaring van de term Askelder. De werklui bewaarden hier de mortel die ze gebruikten bij bouw- of herstellingswerken.
Van hieruit neem je een trapje dat uitkomt op het "binnenplein" van de Sint-Romboutstoren.

Bij trede 514 is de beproeving achter de rug. Daar pronkt het "binnenplein" met zijn 7 meter hoge muren en klokkengat. Het uitgestrekte panorama kan je gerust indrukwekkend noemen. Van Antwerpen tot Brussel kijk je neer op de mooiste prentjes van Vlaanderen.
Meer informatie ivm de de bestijging van de toren? Druk hier.

Welke beroemde bezoekers gingen u voor?

Naar boven

 


BRONNEN.
Geraadpleegde werken.

  • Sint - Romboutskathedraal, Gestalte van de gotische droom (1990)
    VKW - uitgave Mechelen
    ISBN 90-9003910-4
  • De Sint - Romboutstoren van Mechelen. Restauratie 1963-1993 door Gilbert Deheyder, Marcel Kocken, Jos Roosemont, Linda Van Langendonck, Gust Van Thillo en stadsbestuur van Mechelen.
  • Mechelen blogt.
  • Rudi De Mets, Mechelse stadsgids.
  • Meer info i.v.m. het bestijgen van de toren?
    inenuit@mechelen.be
Powered by Beecom and Xtreme Vision