Mechelen, stad met een toren

 

SINT ROMBOUTSTOREN
- DE ONTWERPERS
- DE BOUW VAN DE TOREN
- HET STOPZETTEN VAN DE BOUW
- HET UURWERK VAN DE TOREN
- DE RESTAURATIE
- TOREN BESTIJGEN
DE BEIAARD
DE KATHEDRAAL
FOTOGRAFIE
HOME
Zicht op de Sint-Romboutstoren door C. Netels
 
 
Mechelen, stad met een toren.
Sint-Romboutstoren vanop de markt. Foto door C. Frédéricque
Sint-Romboutstoren vanaf het Stadspoppentheater. Foto door C. Frédéricque
Teken van steenhouwer. Foto door C. Netels
Eeen deel van de 514 treden. Foto door C. Netels
Plafond van de kraankamer. Foto door C. Netels
De ingang. Foto door C. Frédéricque
Trekijzer. Foto door C. Netels
Mechelen, stad met een toren.

DE BOUW VAN DE SINT ROMBOUTSTOREN  

1. De grondvesten :

Onder de toren is een volledige vrije ruimte, zijnde de ingang.
Het is namelijk zo dat de toren aan de zijde van de ingang (boven het 28 meter hoge gewelf aan de ingang) en aan de zijde van het kerkdak een steunbeer heeft die niet tot in de funderingen daalt en dus eigenlijk geen nut heeft. De ontwerper heeft dit gedaan om een volledige vrije ruimte te creëren onder de toren, een ruimte die zo hoog en breed is als het middenschip van de kerk.
De andere steunberen van de constructie gaan wel tot in de funderingen en steunen dus wel.
In de twee middenste steunberen van de zijkanten zijn trouwens de twee trappen ingewerkt.
Voor zulke grote constructies is dit wel gewaagd, bij smallere torens is die derde steun niet nodig natuurlijk.
Dat wil dus zeggen dat aan de voor en achterkant van de toren er minder steun is, men heeft dit opgelost door aan die kanten tussen beide hoekensteunberen (hoekdrummers genaamd)
zware trekijzers aan te brengen. Die ijzers zie je dus alleen aan twee kanten van de kamers en niet aan de twee zijkanten, daar zit dus wel een steunbeer en dus zijn die ijzers niet nodig.
Ga maar eens kijken aan de voorkant (ingang) van de Sint Romboutstoren en je zal zien dat die middenste steunbeer niet tot op de grond komt.
Binnen in de kerk kun je onder de toren gaan staan (vlak onder het orgel, dat slechts later werd toegevoegd).
Helemaal boven het orgel, onder het gewelf zie je de onderkant van een rond luik.
Dit luik geeft uit in de eerste torenkamer - de kraankamer - en van dat luik zie je dus de bovenkant als je in de kraankamer staat.

De grondvesten liggen op een 2,80m diepte.
Ondertussen zou de toren al zo'n 60 cm gezakt zijn.
Het totale gewicht van de toren wordt geraamt op 42.000 ton.
Lees ook De toren staat op koeievellen in onze rubriek Mythes.

2. De eerste steenlegging :

In 1449 startte men met de funderingen.
De eerste steen werd geplaatst door comunnemeester Jan van Muysen op 22 mei 1452. Deze zou zich bevinden aan de wenteltrap zuid.
Van Muysen legde, in naam van de stad 2 gulden onder de steen.
De bouw van de toren werd grotendeels bekostigd door de kerkgemeenschap, pelgrims, die in 1451 massal aflaten* kwamen verdienen, en in mindere mate de stad.
Later voerde het stadsbestuur een nieuwe belasting in, "het torengeld".

3. De bouw :

Zes jaar na het leggen van de funderingen, (1455) lagen de werken 3 jaar stil.
De werken werden hernomen en in 1481 zat men ter hoogte van de klokkenkamer, de huidige hoogte zou bereikt zijn in 1516.

4. De scheur :

Er is een scheur, net in de verbinding tussen kerk en toren.
Deze is vermoedelijk ontstaan door het ongelijk zetten van beide gebouwen.Want de toren werd apart van de kerk gebouwd en pas later, als de gebouwen "gezet" waren werd de laatste travee - de verbinding tussen de twee - gemetst.
Men kan dat vandaag nog zien, al is de scheur grotendeels gemaskeerd door schilderwerk of bezetting.
Onder het eerste grote venster na de ingang en dus na de toren, zie je duidelijk dat de dorpel aan één kant lager is dan aan de andere, men heeft dus na die verzakking een nieuwe "pas" gemaakt. Kijk in de kerk, aan het orgel naar beide eerste ramen en je kan de scheur zien vanuit de punt van de spitsboog. Die bogen zijn trouwens ongelijk, omdat men bij de bouw de halve zuil tegen de toren niet meeberekende en dus een "knik" moest geven om de boog te doen uitkomen.

Naar boven

KON MEN EIGENLIJK NOG WEL HOGER GAAN ?

Het gewicht van de constructie :
In de jaren 70 werd er een studie gedaan door een student van hogeschool "de Nayer" en die kwam tot de conclusie dat de spits er wel op zou kunnen komen.
Momenteel zou er een druk zijn van 6.5 kg per cm² op de ondergrond.
Met de spits zou die stijgen tot amper 7.5 kg, terwijl die ondergrond tot 13 kg zou kunnen verdragen.
Bij sterke wind zou het metselwerk in de spits echter wel aan grote druk onderhevig zijn. In geval van afwerking suggereerde die student dat een betonnen steun van de spits met stenen afwerking beter zou zijn.

Wat zijn aflaten?
Een aflaat is de kwijtschelding ten overstaan van God van (een deel van) de boete (straffen) die gedaan moet worden na het vergeven van de zonden.
Tijdens de Contra-Reformatie heeft de Rooms-katholieke Kerk de praktijk rond de aflaten hervormd.
Sinds die tijd kunnen aflaten niet meer tegen betaling verkregen worden.

Naar boven | Ga verder naar " Het stopzetten van de bouw"


BRONNEN.
Geraadpleegde werken.
  • Rudi De Mets, Mechelse stadsgids.
  • Sint - Romboutskathedraal, Gestalte van de gotische droom (1990)
    VKW - uitgave Mechelen
    ISBN 90-9003910-4
  • De Sint - Romboutstoren van Mechelen. Restauratie 1963-1993 door Gilbert Deheyder, Marcel Kocken, Jos Roosemont, Linda Van Langendonck, Gust Van Thillo en stadsbestuur van Mechelen.
  • Mechelen blogt.
  • http://nl.wikipedia.org/wiki/Aflaat
Powered by Beecom and Xtreme Vision