1.
De grondvesten :
Onder
de toren is een volledige vrije ruimte,
zijnde de ingang.
Het
is namelijk zo dat de toren aan de zijde
van de ingang (boven het 28 meter hoge gewelf
aan de ingang) en aan de zijde van het kerkdak
een steunbeer heeft die niet tot in de funderingen
daalt en dus eigenlijk geen nut heeft. De
ontwerper heeft dit gedaan om een volledige
vrije ruimte te creëren onder de toren,
een ruimte die zo hoog en breed is als het
middenschip van de kerk.
De andere steunberen van de constructie
gaan wel tot in de funderingen en steunen
dus wel.
In de twee middenste steunberen van de zijkanten
zijn trouwens de twee trappen ingewerkt.
Voor zulke grote constructies is dit wel
gewaagd, bij smallere torens is die derde
steun niet nodig natuurlijk.
Dat wil dus zeggen dat aan de voor en achterkant
van de toren er minder steun is, men heeft
dit opgelost door aan die kanten tussen
beide hoekensteunberen (hoekdrummers genaamd)
zware trekijzers aan te brengen. Die ijzers
zie je dus alleen aan twee kanten van de
kamers en niet aan de twee zijkanten, daar
zit dus wel een steunbeer en dus zijn die
ijzers niet nodig.
Ga maar eens kijken aan de voorkant (ingang)
van de Sint Romboutstoren en je zal zien
dat die middenste steunbeer niet tot op
de grond komt.
Binnen in de kerk kun je onder de toren
gaan staan (vlak onder het orgel, dat slechts
later werd toegevoegd).
Helemaal boven het orgel, onder het gewelf
zie je de onderkant van een rond luik.
Dit luik geeft uit in de eerste torenkamer
- de kraankamer - en van dat luik zie je
dus de bovenkant als je in de kraankamer
staat.
De grondvesten liggen op een 2,80m diepte.
Ondertussen zou de toren al zo'n 60 cm gezakt
zijn.
Het totale gewicht van de toren wordt geraamt
op 42.000 ton.
Lees ook De
toren staat op koeievellen in onze rubriek
Mythes.
2.
De eerste steenlegging :
In
1449 startte men met de
funderingen.
De eerste steen werd geplaatst door comunnemeester
Jan van Muysen op 22 mei 1452.
Deze zou zich bevinden aan de wenteltrap
zuid.
Van Muysen legde, in naam van de stad 2
gulden onder de steen.
De bouw van de toren werd grotendeels bekostigd
door de kerkgemeenschap, pelgrims, die in
1451 massal aflaten* kwamen
verdienen, en in mindere mate de stad.
Later voerde het stadsbestuur een nieuwe
belasting in, "het torengeld".
3.
De bouw :
Zes
jaar na het leggen van de funderingen, (1455)
lagen de werken 3 jaar stil.
De werken werden hernomen en in 1481
zat men ter hoogte van de klokkenkamer,
de huidige hoogte zou bereikt zijn in
1516.
4.
De scheur :
Er
is een scheur, net in de verbinding tussen
kerk en toren.
Deze is vermoedelijk ontstaan door het ongelijk
zetten van beide gebouwen.Want de toren
werd apart van de kerk gebouwd en pas later,
als de gebouwen "gezet" waren
werd de laatste travee - de verbinding tussen
de twee - gemetst.
Men kan dat vandaag nog zien, al is de scheur
grotendeels gemaskeerd door schilderwerk
of bezetting.
Onder het eerste grote venster na de ingang
en dus na de toren, zie je duidelijk dat
de dorpel aan één kant lager is dan aan
de andere, men heeft dus na die verzakking
een nieuwe "pas" gemaakt. Kijk
in de kerk, aan het orgel naar beide eerste
ramen en je kan de scheur zien vanuit de
punt van de spitsboog. Die bogen zijn trouwens
ongelijk, omdat men bij de bouw de halve
zuil tegen de toren niet meeberekende en
dus een "knik" moest geven om
de boog te doen uitkomen.
Naar
boven
KON MEN
EIGENLIJK NOG WEL HOGER GAAN ?
Het
gewicht van de constructie :
In de jaren 70 werd er een studie gedaan
door een student van hogeschool "de
Nayer" en die kwam tot de conclusie
dat de spits er wel op zou kunnen komen.
Momenteel zou er een druk zijn van 6.5 kg
per cm² op de ondergrond.
Met de spits zou die stijgen tot amper 7.5
kg, terwijl die ondergrond tot 13 kg zou
kunnen verdragen.
Bij sterke wind zou het metselwerk in de
spits echter wel aan grote druk onderhevig
zijn. In geval van afwerking suggereerde
die student dat een betonnen steun van de
spits met stenen afwerking beter zou zijn.
Wat
zijn aflaten?
Een aflaat is de kwijtschelding ten overstaan
van God van (een deel van) de boete (straffen)
die gedaan moet worden na het vergeven van
de zonden.
Tijdens de Contra-Reformatie heeft de Rooms-katholieke
Kerk de praktijk rond de aflaten hervormd.
Sinds die tijd kunnen aflaten niet meer
tegen betaling verkregen worden.
Naar
boven
| Ga
verder naar " Het stopzetten van de
bouw"

|