De
toren staat NIET op koeienvellen
of op welke vellen hoe dan ook.
Waar haalt men dat vandaan?
Waarschijnlijk omdat de toren op een fundering
staat die in de vorm heeft van een gewelf.
En hoe luidt de naam van een gewelf in het
oud Vlaams? : een VELTE ( vergelijk dit
met het Franse voute en het Engelse voult
en het latijn volta).
Zo verbaster je dit snel tot VEL.
Nochtans zijn er vermoedelijk wel vellen
( zijnde gelooide huiden ) aangebracht in
die funderingen en dit om eventueel opstijgend
grondwater tegen te houden. Dit is dus hetzelfde
principe als de plastieken vellen die men
vandaag de dag in funderingen aanbrengt.
Dit samen is de verklaring van het koeievellenverhaal.
Volgens stadsgids Marcel Kocken is er ook
nog een andere plausibele uitleg mogelijk.
We weten dat de toren apart van de kathedraal
werd gebouwd en pas later, als de gebouwen
"gezet" waren werd de laatste
travee (= de verbinding tussen de twee)
gemetst.
Volgens Marcel Kocken bevond er zich tussen
de twee bouwsels een waterput , dieper dan
het grondwater, die werd afgezet met damplanken
die dan weer met huiden waren bezet om waterdicht
te blijven. Die put moest dan vollopen met
grondwater, dat er dan uitgevijzeld werd.
Met
andere woorden, wel huiden, maar de toren
staat dus helemaal niet op vellen, maar
waarschijnlijk wel op palen die in een ondergrond
van zand en steen werden gedreven.
Terug
naar mythes.
BRON
Rudi
De Mets, Mechelse stadsgids.
|