Roekeloze
dwazen of argeloze toeristen die in Mechelen
de Nekkerspoel bezoeken, kunnen maar beter
uit hun doppen kijken.
In deze, oorspronkelijk onherbergzame en
moerassige streek, huist een kwaadaardige
watergeest. In het Germaanse volksgeloof
krijgt deze demoon, die alle mogelijke vormen
kan aannemen, de roepnaam Nekker
of Nikker.
Wie hier een plonsje wil maken in het recreatiedomein
denkt eveneens beter twee keer na. Zijn
naam betekent immers ook "verdrinker"
of "versmoorder".
Ook de mysterieuze middeleeuwse ziektes,
zoals de moeraskoorts, waren volgens omwonenden
duidelijk zijn werk.
Toen
Sint Rombout in de zevende
eeuw onze stad omarmde, was hij getuige
van een bizar heidens tafereel. De buurtbewoners
van Nekkerspoel dansten en zongen rond een
beeld van hun afgod: de Nekker.
Dit beeld stond in de onmiddellijke omgeving
van de Bakelaarstraat, want oude geschriften
spreken van de Bakelput
of Bakelpoel als decor
voor dit tafereel. Uit deze put haalde men
het miraculeuze water naar boven dat genezing
beloofde tegen de gevreesde moeraskoorts.
De heidenen vertelden Rombout bovendien
dat zijn komst voorspeld was. Enige tijd
voordien hoorden de buurtbewoners de Nekker
schreeuwen vanuit zijn poel. Hij raasde
dat zijn dagen geteld waren en dat een naderende
onbekende zijn ondergang zou bestempelen.
Alhoewel deze legende grotendeels op speculatie
berust, kunnen we één zaak wel met zekerheid
stellen: op de plaats waar Sint Rombout
De Nekker versloeg, werd de Sint-Romboutskapel
uit de grond gestampt. Sindsdien noemt men
de bijgelegen Bakelput ook wel Sint-Romboutsput.
De
Nekkerspoel was in de prille middeleeuwen
een welvarende wijk, met haar eigen schepenbestuur
dat tot 1308 stand hield. Door de toenemende
verspreiding van het christendom kon de
buurt bovendien pronken met haar eigen parochiekerk.
Deze droeg, vreemd genoeg, niet de naam
van een heilige, maar werd opgericht ter
ere van De Heilige Geest.
Dit zou eventueel kunnen refereren naar
de beruchte watergeest. Net zoals in zovele
godsdiensten, knutselde de bevolking zélf
een godsdienst in mekaar die zowel christelijke
als oud-germaanse geloofswaarden met mekaar
mengde.
Het
spreekt dus voor zich dat ook na de verchristelijking
de Nekker moerassen, poelen en vlietjes
bleef onveilig maken. De overlevering vertelt
ons talloze verhalen over de helse kwelduivel
in zijn verschillende gedaantes. Soms als
Zwart Manneken, soms als
De Wolf. Ook De
Klodde of De Kleudde
was één van zijn favoriete transformaties.
Ook wanneer je een Wit Kalf
of Witte Meutte tegen het
lijf liep was je ondergang beklonken. In
deze gedaante sprong hij op voorbijgangers
hun rug, die dan genoodzaakt waren om het
Witte Kalf verder te dragen.
Zelfs
in het begin van vorige eeuw hield deze
legende stand, met het verhaal dat je 's
nachts de Kwade Vondel best
niet kon betreden.Deze brug, tussen de Zandpoort
en de Lakemakersstraat, was immers de schuilplaats
van het Witte Kalf. Van hieruit besloop
het zijn slachtoffers en sprong op hun rug.
De enige kans op redding: vluchten naar
de Zandpoort en deze achter je sluiten.
Een
saga uit de 18de eeuw vertelt dan weer over
de diabolische Kneudde,
die vermomd als jongeman ging kaartspelen
in de wijk Nieuwendijk. Veel geluk had hij
echter niet: zijn speelkameraden pluimden
hem kaal en verlieten euforisch het café
met Kleuddes centen. Deze zinde echter op
wraak en wachtte hen op aan de Vrouwvliet.
Hier bevond zich in die tijd nog geen brug,
dus toen de drie mannen door het water waadden,
besprong hij hen en stal hun pas vergaarde
speelbuit. Bijna verzopen ze, maar op het
nippertje konden ze hun vel redden.
De laatste jaren werden er op Nekkerspoel
geen waterduivels meer gespot, enkel snelheidsduivels.
Terug
naar mythes.
|