| Een
bekend en legendarisch folkloristisch figuur
is de Mechelse smijtpop met de Antwerpse
naam "Opsinjoorke" Alhoewel zijn
naam doet vermoeden dat hij uit Antwerpen
afkomstig zou zijn, is niets minder waar.
De
pop werd in 1647 gemaakt door beeldsnijder
Valentijn Van Landscroon : " tot den
Ommeganck" en heette oorspronkelijk
en dat tot in 1775 "Sotscop" of
later "Vuylen Bras" of "
Vuylen Bruidegom". Ze werd meegedragen
in de Mechelse Ommegang en symboliseerde
de ontrouwe echtgenoot, de eeuwige dronkelap
die, wanneer hij, na beklag van moeder de
vrouw, zijn eega afranselde als straf door
zij buren in een laken door de straten werd
meegetroond en omhooggesmeten.
Deze gewoonte is zo goed als zeker van Spaanse
oorsprong en daar bekend onder de naam El
Pelele. In het Pradomuseum van Madrid hangt
er trouwens een gelijknamig werk van Goya
dat enkele dames voorstelt die een man in
de hoogte werpen.
Maar hoe komt de Mechelse Sotscop aan zijn
Antwerpse naam ?
Mechelen en Antwerpen waren al eeuwenlang
rivalen en de wederzijdse schimpscheuten
waren dan ook niet uit de lucht. Zeker niet
na 1687 toen vooral de Sinjoren niet nalieten
de Mechelaars belachelijk te maken met het
voorval van de Maneblusserij. Antwerpenaars
waren dus sowieso verdacht.
Zo ook een zekere Jacobus De Leeuw die in
1775 de Jubileumfeesten ter gelegenheid
van de 1000ste verjaardag van de dood van
de Mechelse stadspatroon St.- Rombouts bijwoonde.
De arme man stond niets vermoedend in de
smalle Katelijnestraat naar de stoet te
kijken toen de pop werd omhooggesmeten maar,
zoals wel meer gebeurde, naast het laken
viel in het publiek, richting Jacobus. Deze
stak zijn armen omhoog om de pop af te weren,
maar de omstaande Mechelaars hadden het
anders gezien en meenden dat hij hun Sotscop
wilde stelen. De arme Sinjoor kreeg een
pak rammel, maar kon ontsnappen dankzij
een barmhartige Mechelaar die het niet langer
kon aanzien en hem in zijn huis verstopte.
De volgende dag keerde hij terug naar de
koekenstad. Vanuit zijn woonplaats stuurde
hij een brief, waarvan
nog steeds een copie is te vinden in de
archieven, naar de Mechelse stadsmagistraat
waarin hij zijn onschuld benadrukte en zijn
hoed en wandelstok terugvroeg. Hoe dit is
afgelopen weten we niet, maar we zien wel
dat vanaf dat moment de Mechelaars de naam
van hun smijtpop veranderden in Opsinjoor
als schimpscheut op hun eeuwige rivalen.
Uit vrees voor wraak werd de pop veilig
weggeborgen in een koffer en ging hij goed
bewaakt mee in de daaropvolgende jaren.
In 1949 was er grote opschudding want enkele
studenten van de Antwerpse hogeschool Sint-Ignatius
waren er in geslaagd Opsinjoorke te roven
uit het Mechelse stadsmuseum. De pop werd
een maand lang gegijzeld in haar vermeende
geboortestad maar keerde begin januari 1950
triomfantelijk terug naar haar vertrouwde
Hof Van Busleyden.
In 1971 werd zij opnieuw gestolen, maar
gelukkig enkele dagen later
teruggevonden op de binnenkoer van de Mechelse
gevangenis.
TWIJFEL
JE NOG?
Twijfelaars raden wij het werk van een rasechte
Sinjoor, professor J.De Schuyter :
Op-Signorken; zijn legenden
en zijn oorsprong Antwerpen, 1944.
Of een bezoek aan het Antwerpse folkloremuseum
waar in een vitrine een kopie te zien is
van Opsinjoor met volgend plaatje :
Opsinjoor: 19de kopie van Mechels
origineel.
Terug
naar mythes.
|