Zoals dikwijls met een legende,
liggen werkelijkheid en fictie dicht bij
elkaar. Alhoewel de ware toedracht waarschijnlijk
nooit aan het licht komt, beschouwen wij
onderstaande saga als de enige waarheid.
Rond de zevende eeuw emigreren heel wat
Ierse missionarissen om ons van de blijde
boodschap te overtuigen. Rombout
komt als één van hen in onze stad terecht.
Hij start prompt met de bouw van een kleine
kerk en krijgt daarbij de hulp van plaatselijke
werklui, die hij ruimschoots betaalt. Hierdoor
gaat het gerucht de ronde dat de vrijgevige
Rombout
wel heel rijk moet zijn. Op een dag verneemt
Rombout dat één van zijn parochianen zijn
vrouw bedriegt. Rombout confronteert de
man met zijn overspel, maar deze is niet
opgezet met Rombouts goede raad. Hij smeedt
dan ook het malafide plan om, samen met
een kompaan, Rombout te vermoorden en diens
geld te stelen. Als Rombout al biddend langs
het water slentert, sluipen de mannen langs
achter op hem af en slaan hem dood. Zijn
lijk dumpen ze in het water. Op dat moment
schijnt een onverklaarbaar licht op het
water dat de plek oplicht waar Rombouts
lichaam drijft. Durven we hier getuigen
over een hemels licht? De moordenaars vluchten
in paniek en met een magere buit. Ze worden
nooit gevonden.
De omwonenden die zijn dode lichaam aantreffen,
behandelen dit al was het van Jezus zelf.
Het krijgt dan ook een prominente plaats
in de kerk die hij zelf had gebouwd. Maar
na zijn dood beginnen de mirakels pas echt:
in de buurt van zijn laatste rustplaats
gebeuren de meest wonderbaarlijke zaken,
die enkel als een hemelse interventie kunnen
bestempeld worden. Mechelen groeit dan ook
uit tot het plaatselijke Lourdes, waarbij
gelovigen uit binnen- en buitenland Rombout
om een gunst komen vragen.
De pelgrims die de relieken van Sint Rombout
kwamen vereren kregen onderdak en verzorging
in Den Beyaert (nu het
Postgebouw).
Wat
zegt de wetenschap?
Rombouts beenderen werden later opgegraven
en rond 1825 als ware relikwieën in een
zilveren kast bewaard. Wetenschappers openden
de kast reeds twee maal. Dertig jaar geleden
stond de onderzoekstechnologie natuurlijk
nog in zijn kinderschoenen, maar het tweede
onderzoek van enkele jaren geleden werpt
toch al een duidelijker licht op de zaak.
De vermoorde Rombout
was een late dertiger van circa 1 meter
70, wat vrij groot is voor die tijd. Uit
zijn skelet leiden onderzoekers af dat hij
aan rachitis leed, maar daarvan genas. Hij
vertoonde ook symptonen van een ziekte die
voorkomt bij mensen die teveel eiwitten
consumeren. Dit heeft een logische verklaring:
in de toenmalige kloosters stonden bijna
altijd eieren op het menu. Rombout was dus
waarschijnlijk een kloosterbewoner. Ook
daar zit logica in, want de missionarissen
gebruikten de kloosters als uitvalsbasis
om onze streken te bekeren.
Het jaar van overlijden ligt zo goed als
zeker tussen het jaar 580 en 655. Nochtans
vermelden oude documenten dat Rombout pas
in het jaar 775 stierf. Deze contradictie
kan echter makkelijk worden herlegd: in
die periode noteerde men immers nooit het
overlijdensjaar. Zelfs in het geval van
heiligen weten we bijna nooit hun exacte
sterfjaar. Men hechtte toen meer belang
aan de sterfdag, bijvoorbeeld 6 januari.
Van de meeste heiligen is dan ook enkel
de sterfdag geweten. Het document dat getuigt
over het jaar 775 stamt pas uit de dertiende
eeuw. Dit werd door de overlevering als
correct beschouwd, maar blijkt nu dus meer
dan waarschijnlijk foutief. Hieruit leiden
we dus af dat Rombout vroeger leefde dan
algemeen werd aangenomen. De uitzonderlijke
staat van de beenderen verraden in ieder
geval dat we hier met een hoogst invloedrijke
man te maken hebben. Rombout is één van
de weinigen die aan dit profiel voldoet.
Artikel
"Als beenderen spreken" van Hans
Geybels.
Tekst herbewerkt door Yves Van Dun.
Naar boven |
Terug naar mythes.
|