De
eerste vermelding van Rumoldus vind men
terug in een letanie van Alle Heiligen (810).
Rond 870 wordt er over een abdij geschreven
te Mechelen die, ter ere van Rumoldus in
de gouw Rijen werd gebouwd.
Er bestond destijds een gemeenschap van
kanunniken rond het graf van Sint-Rombout,
een Ierse missionaris, die een bedevaart
had gedaan naar Rome.
Als kluizenaar-priester stierf hij een gewelddadige
dood en geen marteldood, al werd hij als
martelaar vereerd.
Zijn naam Rommout werd later Rombout, hetgeen
kan vertaald worden als "beroemde heerser".
(hruom = roem ; bout = stoutmoedige)
De overblijfselen van de Heilige Rombout
rusten boven het hoofdaltaar in de Sint-Romboutskathedraal.
Vroeger bewaarde men ze buiten de kerk in
een cederhouten kist.
In 1369 plaatste men de overblijselen in
een zilveren schrijn hetgeen 200 jaar later
werd verkocht om de stadswallen te versterken.In
1631 werd er een nieuw schrijn gemaakt en
in 1665 in het hoofdaltaar geplaatst.
Onder het Franse bewind,1797, werd het schrijn
in de Munt te Brussel gesmolten.
Ga
1 stap terug
|