|
Sint
Waltrudiskerk in Bergen. (bouwj. : 1550
tot 1669)
In
1534 en 1547 stuurden de kanunnikessen van
de Sint Waltrudiskerk van Mons waarnemers
naar Mechelen, Leuven, Arras, Antwerpen,
Marchienne en andere steden om torens te
bezichtigen en kopieën van de plannen te
maken.
In 1550
werden de schetsen van de St.Romboutstoren
als het meest geschikt bevonden en werd
gevraagd een volledig ontwerp van dit monument
naar Mons te sturen.
Zie L.Devillers Mémoire historique
et descriptif sur l'église de Sainte - Waudru
à Mons ( 1857)
In
1844 vervaardigde R.Chalon een fascilie
van deze oude kopie en hij moemde dat het
originele plan van de St.Waltrudistoren.
In 1889 werd door P.Van Boxmeer aangetoond
dat het hier echter wel ging om een kopie
van het originele plan van de Mechelse toren.
Dit wordt ook vermeld in een congres in
Mons van 1894.
Dit originele
Mechelse plan werd echter maar gedeeltelijk
gevolgd en verschilt in zijn verdere afwerking
sterk van het Mechelse voorbeeld.
Lievenmonstertoren
in Zierikzee.
De St. Lievens Monstertoren
dankt zijn naam aan het feit dat achter
de toren ooit een klooster stond (een monastère)
wat nadien verbasterd werd in monster. Maar
de Zeeuwen zelf noemen dit bouwwerk de "dikke
toren".
Na een jarenlange studie
toonde Haakma Wagenaar aan dat de toren
207 m hoog zou zijn geworden, indien hij
volgens de plannen van Keldermans werd voltooid.
Maar dit megalomane project werd nooit verwezenlijkt
en het bouwen ging trouwens niet van een
leien dakje. De eerste stenen werden op
houten matten gelegd maar omdat de 8 meter
diepe bouwput (die minstens 25m x 25m moet
hebben gemeten) voortdurend vol grondwater
liep, duurde het ongeveer 20 jaar alvorens
de fundamenten klaar waren.
Na Andries I Keldermans
en Anthonis I Keldermans, werd Rombouts
II Keldermans de nieuwe bouwmeester. Maar
de strubbelingen van de 16e eeuw verhinderden
de verdere bouw.
Reeds in het begin van de 18e eeuw werden
de eerste tekenen van verval vastgesteld
en twee decennia later diende het dak met
klokkenstoel en enkele steunberen te worden
afgebroken.
Er werd een lelijk houten dak bovenop de
"dike toren" geplaatst.
Eind 19e eeuw was de staat
van de toren zo slecht geworden, dat men
overwoog om hem te slopen. Gelukkig werd
hij aan de Hollandse Staat overgedragen
en werd hij in 1883 zo goed mogelijk gerestaureerd.
Op het einde van W.O. II leed de toren nogmaals
zware beschadingen omdat hij het mikpunt
was voor artillerievuur.
Pas in 1957 werd de toren
opnieuw gerestaureerd.
Net als de St. Romboutstoren heeft de St.
Lievens Monstertoren twee trappenhuizen,
maar gelet op zijn hoogte (58m) tellen die
respectievelijk slechts 281 en 279 treden.
Men besluit dat er zeker
2 torens werden gebouwd met de Sint-Rombouts
als voorbeeld, de toren van Zierikzee
en die van Bergen.
Terug
naar de ontwerpers van de toren.
|