Na een pauze begon een tweede bouwfase
(Ca. 1365 tot 1451).
Tussen de eerste en de tweede bouwfase situeert
zich de grote stadsbrand in mei 1342, die
- naar algemeen aangenomen wordt - ook het
dakgebinte boven de kerk zwaar zou hebben
toegetakeld.
In elk geval werd het werk stilgelegd en
hield het kapittel gedurende een kwarteeuw
zijn diensten in de naburige Sint-Katelijnekerk.
Tijdens de tweede bouwperiode, die ruim
tachtig jaar duurde, werd de middenbeuk
hoger opgetrokken en van een nieuw triforium
voorzien. Ook werd het koor, waarvan tot
dan toe enkel de aanzet bestond, vergroot
met een absis en met zeven straalkapellen.
Koor en straalkapellen waren in 1393 afgewerkt.
Tussen de eerste en tweede bouwfase was
de gotiek sterk geëvolueerd zodat het koorgedeelte
reeds tot de hooggotiek behoort. Hierbij
speelde een Franse bouwmeester uit Picardië,
Jan van Osy, een markante rol. Hij volgde
de lijn van de Franse moederschool en schiep
de Brabantse hooggotiek, die in onze gewesten
opgang zou maken.
Vermoedelijk in 1437 werd het kerkschip
overwelfd; met de zijbeuken was dit toen
reeds gebeurd. Het koor kreeg zijn overwelving
in 1451, het jaar van de eerste aflaat-bul
van paus Nicolaas V, die voor de verdere
afwerking van de kerk en de bouw van de
toren zeer belangrijk zou worden.
Naar
boven
De
derde bouwfase
BRON
http://www.kerkmechelen.be
|