De
vier mannen die voor de Engelse Koning,
Thomas van Canterburry hadden vermoord bewoonden
het Huis Hoberg in Mechelen.
De oorsprong van hun naam, de berenkinderen,
vindt men waarschijnlijk in hun wapenschild:
Een berekop met een muilkorf.
Na het plegen van hun snode daad, werden
ze door God gestraft door ze te beroven
van hun reuk en smaak.
In de hoop absolutie te verkrijgen van de
Paus trokken ze op bedevaart naar Rome.
De Paus verleende hen echter geen absolutie,
maar beval hen rond te trekken tot ze hun
reuk en smaak terug vonden.
Indien ze daar in slaagden, zou hij hen
de absolutie schenken.
Na
jaren zwerven kregen ze in Keulen plots
hun geur en smaak terug.
Zij trokken verder en bij een bakkerij in
Mechelen roken ze de geur van versgebakken
brood.
Zij keerden terug naar Rome en brachten
verslag uit bij de Paus, die de twee steden
zegende, met de woorden: "Heilig
Keulen, en zalig Mechelen." Sindsdien
noemt men Mechelen zalig.
Terug
naar mythes.
|